Uitstelregeling voor de indiening van de definitieve
aangiften winstbelasting (VAS)
Volgens artikel 19, lid 2 VASWB moet de definitieve
aangifte gedaan worden binnen 6 maanden na afloop van het
boekjaar. Op grond van artikel 20, lid 2 kan de inspecteur
tot ten hoogste 6 maanden uitstel voor het indienen van de
definitieve aangifte verlenen, indien hij dit nodig acht. De
belastingplichtige moet hiertoe een verzoek indienen
vergezeld van een nadere voorlopige aangifte. Hierna wordt
uitgewerkt in welke gevallen uitstel verleend wordt.
Er zijn twee regelingen:
- Voor individuele belastingplichtigen en voor
belastingadviseurs die minder dan 25 verzoeken om
uitstel doen
- Voor belastingadviseurs die 25 of meer verzoeken om
uitstel doen
Het verzoek moet ondertekend worden door de
belastingplichtige. De reden hiervoor is dat in de praktijk
regelmatig blijkt dat door adviseurs meerdere verzoeken voor
één belastingplichtige ingediend worden en dat zelfs
verzoeken voor niet-actieve vennootschappen gedaan worden.
Van meerdere verzoeken is regelmatig sprake doordat
belastingplichtige een andere belastingadviseur heeft
genomen zonder de vorige adviseur hierover in te lichten. Er
worden dan twee (en soms zelfs meer) verzoeken gedaan voor
dezelfde aangifte. In het computersysteem kan slechts één
keer een datum vermeld worden. Aangezien het behandelen van
meerdere verzoeken voor de Belastingdienst onnodig werk met
zich brengt en tot gevolg kan hebben dat uitstel verleend
wordt tot een andere datum dan gevraagd wordt door de
adviseur die de definitieve aangifte zal gaan doen, is er
voor gekozen dat de belastingplichtige het verzoek moet
ondertekenen.
Het verzoek moet gedaan worden met het bijgaande
uitstelformulier. Het formulier moet volledig worden
ingevuld.
Indien het formulier niet volledig is ingevuld wordt het
verzoek afgewezen.
De reden hiervoor is de wettelijke regeling dat de
inspecteur binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek een
schriftelijke beslissing moet nemen. Als de inspecteur niet
binnen 15 dagen afwijzend beslist is het verzoek gegrond en
wordt de termijn van indiening verlengd met 3 maanden. Door
deze korte beslistermijn is het niet wenselijk om
belastingplichtige in de gelegenheid te stellen om het
verzoek aan te vullen.
Indien het formulier volledig is ingevuld wordt het verzoek
eveneens afgewezen in de volgende gevallen:
- Het voorlopige aangifteformulier over het
boekjaar waarvoor uitstel wordt gevraagd, is niet
ingediend.
- Het definitieve aangifteformulier en het
aangiftebiljet over het voorafgaande boekjaar zijn
nog niet ingediend.
De termijn waarvoor uitstel verleend wordt, is
afhankelijk van de motivering van het verzoek. De eisen die
aan de motivering gesteld worden zullen hoger zijn naarmate
het gevraagde uitstel langer is. Aan een verzoek tot uitstel
van één maand zullen slechts geringe eisen gesteld worden.
Een verzoek om uitstel van 6 maanden moet grondig
gemotiveerd worden.
Het gedrag van belastingplichtige in voorgaande jaren kan
ertoe leiden dat geen of minder uitstel verleend wordt.
- Geen uitstel wordt verleend indien de belasting op
de voorlopige aangifte over het voorafgaande boekjaar
meer dan 25% lager is dan de belasting die
overeenkomstig de gedane definitieve aangifte
verschuldigd is, terwijl een verzoek om uitstel werd
ingediend zonder een nadere voorlopige aangifte. In dat
geval bestaat het vermoeden dat het uitstel slechts werd
gevraagd om de betaling uit te stellen. Indien de
belastingplichtige dit vermoeden wil weerleggen dan rust
op hem een zware bewijslast. Hij zal stukken moeten
overleggen, welke aan het verzoek moeten worden gehecht,
waaruit blijkt dat de nadere voorlopige aangifte niet
opzettelijk achterwege is gebleven.
- Belastingplichtige heeft zich vorig jaar niet aan de
uiterste indieningdatum en/of verleende uitsteldatum
gehouden.
Indien de overschrijding van de termijn niet meer dan
een maand bedraagt, heeft dit geen gevolgen voor het te
verlenen uitstel.
Indien de overschrijding van de termijn meer dan drie
maanden bedraagt, wordt in geen enkel geval uitstel
verleend.
Indien de overschrijding van de termijn een maand of
meer, maar minder dan drie maanden bedraagt, wordt voor
maximaal drie maanden uitstel verleend.
Het nadere voorlopige aangifteformulier
Volgens de wettelijke regeling moet bij het verzoek om
uitstel altijd een nadere voorlopige aangifte gevoegd
worden. Dit is weinig zinvol in de gevallen dat niet
bijbetaald hoeft te worden. Daarom is gekozen voor de
praktische oplossing dat de nadere voorlopige aangifte
slechts ingediend hoeft te worden in de gevallen dat wel
bijbetaald moet worden. Op het uitstel formulier dient de
belastingplichtige te verklaren dat de verschuldigde
belasting gelijk is aan of lager dan het reeds aangegeven en
afgedragen bedrag.
terug naar boven
Belastingadviseurs met 25 of meer klanten waarvoor
uitstel voor de indiening van de definitieve aangifte
gevraagd wordt, kunnen gebruik maken van de volgende
regeling. Deze regeling biedt zowel voor de Belastingdienst
als voor de adviseur bepaalde voordelen.
Voor iedere klant moet een uitstelformulier ingediend
worden. Als motivering kan volstaan worden met de
vermelding: “klant van belastingadviseur”.
Het verzoek moet ondertekend worden door de
belastingplichtige. De reden hiervoor is dat in de praktijk
regelmatig blijkt dat door adviseurs meerdere verzoeken voor
één belastingplichtige ingediend worden en dat zelfs
verzoeken voor niet-actieve vennootschappen gedaan worden.
Van meerdere verzoeken is regelmatig sprake doordat
belastingplichtige een andere belastingadviseur heeft
genomen zonder de vorige adviseur hierover in te lichten. Er
worden dan twee (en soms zelfs meer) verzoeken gedaan voor
dezelfde aangifte. In het computersysteem kan slechts één
keer een datum vermeld worden. Aangezien het behandelen van
meerdere verzoeken voor de Belastingdienst onnodig werk met
zicht brengt en tot gevolg kan hebben dat uitstel verleend
wordt tot een andere datum dan gevraagd wordt door de
adviseur die de definitieve aangifte zal gaan doen, is er
voor gekozen dat de belastingplichtige het verzoek moet
ondertekenen.
Het verzoek moet gedaan worden met het bijgaande
uitstelformulier. De verzoeken worden per kantoor eenmalig
ingeleverd in de maand mei voor de boekjaren die gelijk zijn
aan het kalenderjaar. Bij de verzoeken moet een geleidelijst
gevoegd worden waarop de volgende gegevens vermeld zijn:
- Het CRIB-nummer (in oplopende volgorde);
- De formele naam van belastingplichtige;
- De indieningsdatum van de voorlopige aangifte over
het boekjaar waarvoor uitstel wordt gevraagd;
- De indieningsdatum van de definitieve aangifte over
het voorafgaande boekjaar;
- Het bedrag van de belasting op de voorlopige
aangifte van het vorige jaar;
- Het bedrag van de belasting op de definitieve
aangifte van het vorige jaar;
- Bij het aantal maanden kan standaard “6” ingevuld
worden.
Het totaal aantal ingediende verzoeken moet uit de lijst
blijken.
Het formulier moet volledig worden ingevuld.
Indien het formulier niet volledig is ingevuld, wordt het
verzoek afgewezen.
De reden hiervoor is de wettelijke regeling dat de
inspecteur binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek een
schriftelijke beslissing moet nemen. Als de inspecteur niet
binnen 15 dagen afwijzend beslist is het verzoek gegrond en
wordt de termijn van indiening verlengd met 3 maanden. Door
deze korte beslistermijn is het niet wenselijk om
belastingplichtige in de gelegenheid te stellen om het
verzoek aan te vullen.
Uitstel kan niet verleend worden in de volgende gevallen:
- Het voorlopige aangifteformulier over het boekjaar
waarvoor uitstel wordt gevraagd, is niet ingediend.
- Het definitieve aangifteformulier en het
aangiftebiljet over het voorafgaande boekjaar zijn nog
niet ingediend.
- De belasting op de voorlopige aangifte over het
voorafgaande boekjaar is meer dan 25% lager is dan de
belasting die overeenkomstig de gedane definitieve
aangifte verschuldigd is, terwijl een verzoek om uitstel
werd ingediend zonder een nadere voorlopige aangifte. In
dat geval bestaat het vermoeden dat het uitstel slechts
werd gevraagd om de betaling uit te stellen. Indien de
belastingplichtige dit vermoeden wil weerleggen dan rust
op hem een zware bewijslast. Hij zal stukken moeten
overleggen, welke aan het verzoek moeten worden gehecht,
waaruit blijkt dat de nadere voorlopige aangifte niet
opzettelijk achterwege is gebleven.
- De belastingplichtige die vorig jaar de uiterste
indieningsdatum en/of verleende uitsteldatum met meer
dan 1 maand heeft overschreden.
Deze termijn wijkt af van de termijn in de “Regeling
voor individuele belastingplichtigen en voor
belastingadviseurs die minder dan 25 verzoeken om
uitstel doen”, omdat onder die regeling nooit meer dan 3
maanden uitstel verleend wordt, als vorig jaar de
uiterste indieningsdatum en/of verleende uitsteldatum
met meer dan 1 maand is overschreden. Voor
belastingadviseur met 25 of meer verzoeken om uitstel
wordt standaard 6 maanden uitstel verleend. Het is niet
acceptabel als de aangifte meer dan een maand na het
verstrijken van de uitsteltermijn wordt ingeleverd.
Hierop wordt slechts een uitzondering gemaakt indien de
belastingplichtige een nieuwe klant van de betreffende
adviseur is en de belastingplichtige in voorgaande jaren
zijn belastingzaken zelf regelde of hiervoor klant was
bij een andere adviseur. Dit dient op het verzoek
vermeld te worden. Van deze uitzondering kan een
belastingplichtige slechts een keer per 5 jaar gebruik
gemaakt worden. Deze termijn beoogt te voorkomen dat
belastingplichtige regelmatig een andere adviseur neemt
en telkens niet aan zijn verplichtingen voldoet.
Voor alle verzoeken die voldoen aan bovengenoemde eisen
wordt in beginsel het gevraagde uitstel van 6 maanden
verleend.
De Belastingdienst zal steekproefsgewijs controleren of de
adviseur de regels goed toepast.
Indien blijkt dat de adviseur de posten niet (goed)
beoordeelt op de criteria voor het verlenen van uitstel dan
wordt het gecontroleerde verzoek afgewezen. In deze gevallen
wordt een kopie van de beschikking naar de adviseur
gezonden. Hij raakt hierdoor snel op de hoogte van de
indieningsdatum van de aangifte en weet welke fout er is
gemaakt bij het vragen van uitstel. Bovendien krijgt de
adviseur een schriftelijke waarschuwing van de teamleider WB.
Indien in een volgend jaar blijkt dat er geen verbetering is
opgetreden, dan krijgt de adviseur schriftelijk bericht dat
hij het daaropvolgende jaar geen gebruik mag maken van de
regeling.
Aan de toepassing van deze regeling is de voorwaarde
verbonden dat vanaf 1 juli iedere maand tenminste 1/8 deel
van de aangiften waarvoor uitstel gevraagd wordt, ingeleverd
wordt. Binnen een week na afloop van iedere maand wordt een
overzicht van de ingediende aangiften ingediend bij de
teamleider winstbelasting. Op het overzicht worden vermeld:
CRIB-nummer (in oplopende volgorde), formele naam van
belastingplichtige, verschuldigde winstbelasting op
definitieve aangifte, het bedrag dat reeds is aangegeven op
de voorlopige aangifte en het saldo dat op de definitieve
aangifte wordt aangegeven.
Het totaal aantal ingediende aangiften moet uit de lijst
blijken.
De geleidelijst bij de verzoeken en het maandelijkse
overzicht van de ingediende aangiften mogen ook op diskette
aangeleverd worden. Over de wijze van aanleveren dient een
afspraak met de teamleider WB gemaakt te worden.
De Belastingdienst is bereid het uitstelformulier als
Word-document op diskette aan de belastingadviseurs ter
beschikking te stellen.
Het nadere voorlopige aangifteformulier
Volgens de wettelijke regeling moet bij het verzoek om
uitstel altijd een nadere voorlopige aangifte gevoegd
worden. Dit is weinig zinvol is in de gevallen dat niet
bijbetaald hoeft te worden. Daarom is gekozen voor de
praktische oplossing dat de nadere voorlopige aangifte
slechts ingediend hoeft te worden in de gevallen dat wel
bijbetaald moet worden. Op het uitstel formulier dient de
belastingplichtige te verklaren dat de verschuldigde
belasting gelijk is aan of lager dan het reeds aangegeven en
afgedragen bedrag.
terug naar boven
|