Uitstelregeling

 

Belangrijke data
Online aangifte Loon-
en Omzetbelasting nu mogelijk.
(Klik hier om de aanvraagformulier in te vullen)

Uiterste datum indienen Verzamelloonstaat: 1 april 2011 (Klik hier om Vezamelloonstaat Wizard te downloaden)

Uiterste inleverdatum  aangifte Inkomstenbelasting: 60 dagen na uitreiking

Uiterste inleverdatum
- voorlopige aangifte Winstbelasting: 3 maanden na afloop van het boekjaar
- definitief aangifte Winstbelasting: 6 maanden na afloop van het boekjaar

Uiterste inleverdatum  maandelijkse aangifte Loonbelasting: 15de van de volgende maand

Definitief vertrek uit Curaçao
Ieder belastingplichtige die het land verlaat, dient zich bij de Inspectie der Belastingen aan te melden minstens 8 weken voor vertrek ter verkrijging van een verklaring inzake zijn belasting aanslagen

Home | Formulieren | Nieuws | Ondernemers | Over de belastingdienst | Belastingdienst | Sitemap | FAQ | Zoeken | Beleid DFZ

 Belastingen > Winstbelasting > Uitstelregeling ...
 

Uitstelregeling voor de indiening van de definitieve aangiften winstbelasting (VAS)

Volgens artikel 19, lid 2 VASWB moet de definitieve aangifte gedaan worden binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar. Op grond van artikel 20, lid 2 kan de inspecteur tot ten hoogste 6 maanden uitstel voor het indienen van de definitieve aangifte verlenen, indien hij dit nodig acht. De belastingplichtige moet hiertoe een verzoek indienen vergezeld van een nadere voorlopige aangifte. Hierna wordt uitgewerkt in welke gevallen uitstel verleend wordt.
Er zijn twee regelingen:

  • Voor individuele belastingplichtigen en voor belastingadviseurs die minder dan 25 verzoeken om uitstel doen
  • Voor belastingadviseurs die 25 of meer verzoeken om uitstel doen

Regeling voor individuele belastingplichtigen en voor belastingadviseurs die minder dan 25 verzoeken om uitstel doen

Het verzoek moet ondertekend worden door de belastingplichtige. De reden hiervoor is dat in de praktijk regelmatig blijkt dat door adviseurs meerdere verzoeken voor één belastingplichtige ingediend worden en dat zelfs verzoeken voor niet-actieve vennootschappen gedaan worden. Van meerdere verzoeken is regelmatig sprake doordat belastingplichtige een andere belastingadviseur heeft genomen zonder de vorige adviseur hierover in te lichten. Er worden dan twee (en soms zelfs meer) verzoeken gedaan voor dezelfde aangifte. In het computersysteem kan slechts één keer een datum vermeld worden. Aangezien het behandelen van meerdere verzoeken voor de Belastingdienst onnodig werk met zich brengt en tot gevolg kan hebben dat uitstel verleend wordt tot een andere datum dan gevraagd wordt door de adviseur die de definitieve aangifte zal gaan doen, is er voor gekozen dat de belastingplichtige het verzoek moet ondertekenen.

Het verzoek moet gedaan worden met het bijgaande uitstelformulier. Het formulier moet volledig worden ingevuld.
Indien het formulier niet volledig is ingevuld wordt het verzoek afgewezen.
De reden hiervoor is de wettelijke regeling dat de inspecteur binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek een schriftelijke beslissing moet nemen. Als de inspecteur niet binnen 15 dagen afwijzend beslist is het verzoek gegrond en wordt de termijn van indiening verlengd met 3 maanden. Door deze korte beslistermijn is het niet wenselijk om belastingplichtige in de gelegenheid te stellen om het verzoek aan te vullen.

Indien het formulier volledig is ingevuld wordt het verzoek eveneens afgewezen in de volgende gevallen:

  1. Het voorlopige aangifteformulier over het boekjaar waarvoor uitstel wordt gevraagd, is niet ingediend.
  2. Het definitieve aangifteformulier en het aangiftebiljet over het voorafgaande boekjaar zijn nog niet ingediend.

De termijn waarvoor uitstel verleend wordt, is afhankelijk van de motivering van het verzoek. De eisen die aan de motivering gesteld worden zullen hoger zijn naarmate het gevraagde uitstel langer is. Aan een verzoek tot uitstel van één maand zullen slechts geringe eisen gesteld worden. Een verzoek om uitstel van 6 maanden moet grondig gemotiveerd worden.

Het gedrag van belastingplichtige in voorgaande jaren kan ertoe leiden dat geen of minder uitstel verleend wordt.

  1. Geen uitstel wordt verleend indien de belasting op de voorlopige aangifte over het voorafgaande boekjaar meer dan 25% lager is dan de belasting die overeenkomstig de gedane definitieve aangifte verschuldigd is, terwijl een verzoek om uitstel werd ingediend zonder een nadere voorlopige aangifte. In dat geval bestaat het vermoeden dat het uitstel slechts werd gevraagd om de betaling uit te stellen. Indien de belastingplichtige dit vermoeden wil weerleggen dan rust op hem een zware bewijslast. Hij zal stukken moeten overleggen, welke aan het verzoek moeten worden gehecht, waaruit blijkt dat de nadere voorlopige aangifte niet opzettelijk achterwege is gebleven.
  2. Belastingplichtige heeft zich vorig jaar niet aan de uiterste indieningdatum en/of verleende uitsteldatum gehouden.
    Indien de overschrijding van de termijn niet meer dan een maand bedraagt, heeft dit geen gevolgen voor het te verlenen uitstel.
    Indien de overschrijding van de termijn meer dan drie maanden bedraagt, wordt in geen enkel geval uitstel verleend.
    Indien de overschrijding van de termijn een maand of meer, maar minder dan drie maanden bedraagt, wordt voor maximaal drie maanden uitstel verleend.

Het nadere voorlopige aangifteformulier
Volgens de wettelijke regeling moet bij het verzoek om uitstel altijd een nadere voorlopige aangifte gevoegd worden. Dit is weinig zinvol in de gevallen dat niet bijbetaald hoeft te worden. Daarom is gekozen voor de praktische oplossing dat de nadere voorlopige aangifte slechts ingediend hoeft te worden in de gevallen dat wel bijbetaald moet worden. Op het uitstel formulier dient de belastingplichtige te verklaren dat de verschuldigde belasting gelijk is aan of lager dan het reeds aangegeven en afgedragen bedrag.

terug naar boven

Regeling voor belastingadviseur met 25 of meer verzoeken om uitstel

Belastingadviseurs met 25 of meer klanten waarvoor uitstel voor de indiening van de definitieve aangifte gevraagd wordt, kunnen gebruik maken van de volgende regeling. Deze regeling biedt zowel voor de Belastingdienst als voor de adviseur bepaalde voordelen.

Voor iedere klant moet een uitstelformulier ingediend worden. Als motivering kan volstaan worden met de vermelding: “klant van belastingadviseur”.
Het verzoek moet ondertekend worden door de belastingplichtige. De reden hiervoor is dat in de praktijk regelmatig blijkt dat door adviseurs meerdere verzoeken voor één belastingplichtige ingediend worden en dat zelfs verzoeken voor niet-actieve vennootschappen gedaan worden. Van meerdere verzoeken is regelmatig sprake doordat belastingplichtige een andere belastingadviseur heeft genomen zonder de vorige adviseur hierover in te lichten. Er worden dan twee (en soms zelfs meer) verzoeken gedaan voor dezelfde aangifte. In het computersysteem kan slechts één keer een datum vermeld worden. Aangezien het behandelen van meerdere verzoeken voor de Belastingdienst onnodig werk met zicht brengt en tot gevolg kan hebben dat uitstel verleend wordt tot een andere datum dan gevraagd wordt door de adviseur die de definitieve aangifte zal gaan doen, is er voor gekozen dat de belastingplichtige het verzoek moet ondertekenen.

Het verzoek moet gedaan worden met het bijgaande uitstelformulier. De verzoeken worden per kantoor eenmalig ingeleverd in de maand mei voor de boekjaren die gelijk zijn aan het kalenderjaar. Bij de verzoeken moet een geleidelijst gevoegd worden waarop de volgende gegevens vermeld zijn:

  • Het CRIB-nummer (in oplopende volgorde);
  • De formele naam van belastingplichtige;
  • De indieningsdatum van de voorlopige aangifte over het boekjaar waarvoor uitstel wordt gevraagd;
  • De indieningsdatum van de definitieve aangifte over het voorafgaande boekjaar;
  • Het bedrag van de belasting op de voorlopige aangifte van het vorige jaar;
  • Het bedrag van de belasting op de definitieve aangifte van het vorige jaar;
  • Bij het aantal maanden kan standaard “6” ingevuld worden.
    Het totaal aantal ingediende verzoeken moet uit de lijst blijken.

Het formulier moet volledig worden ingevuld.
Indien het formulier niet volledig is ingevuld, wordt het verzoek afgewezen.
De reden hiervoor is de wettelijke regeling dat de inspecteur binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek een schriftelijke beslissing moet nemen. Als de inspecteur niet binnen 15 dagen afwijzend beslist is het verzoek gegrond en wordt de termijn van indiening verlengd met 3 maanden. Door deze korte beslistermijn is het niet wenselijk om belastingplichtige in de gelegenheid te stellen om het verzoek aan te vullen.

Uitstel kan niet verleend worden in de volgende gevallen:

  1. Het voorlopige aangifteformulier over het boekjaar waarvoor uitstel wordt gevraagd, is niet ingediend.
  2. Het definitieve aangifteformulier en het aangiftebiljet over het voorafgaande boekjaar zijn nog niet ingediend.
  3. De belasting op de voorlopige aangifte over het voorafgaande boekjaar is meer dan 25% lager is dan de belasting die overeenkomstig de gedane definitieve aangifte verschuldigd is, terwijl een verzoek om uitstel werd ingediend zonder een nadere voorlopige aangifte. In dat geval bestaat het vermoeden dat het uitstel slechts werd gevraagd om de betaling uit te stellen. Indien de belastingplichtige dit vermoeden wil weerleggen dan rust op hem een zware bewijslast. Hij zal stukken moeten overleggen, welke aan het verzoek moeten worden gehecht, waaruit blijkt dat de nadere voorlopige aangifte niet opzettelijk achterwege is gebleven.
  4. De belastingplichtige die vorig jaar de uiterste indieningsdatum en/of verleende uitsteldatum met meer dan 1 maand heeft overschreden.
    Deze termijn wijkt af van de termijn in de “Regeling voor individuele belastingplichtigen en voor belastingadviseurs die minder dan 25 verzoeken om uitstel doen”, omdat onder die regeling nooit meer dan 3 maanden uitstel verleend wordt, als vorig jaar de uiterste indieningsdatum en/of verleende uitsteldatum met meer dan 1 maand is overschreden. Voor belastingadviseur met 25 of meer verzoeken om uitstel wordt standaard 6 maanden uitstel verleend. Het is niet acceptabel als de aangifte meer dan een maand na het verstrijken van de uitsteltermijn wordt ingeleverd.
    Hierop wordt slechts een uitzondering gemaakt indien de belastingplichtige een nieuwe klant van de betreffende adviseur is en de belastingplichtige in voorgaande jaren zijn belastingzaken zelf regelde of hiervoor klant was bij een andere adviseur. Dit dient op het verzoek vermeld te worden. Van deze uitzondering kan een belastingplichtige slechts een keer per 5 jaar gebruik gemaakt worden. Deze termijn beoogt te voorkomen dat belastingplichtige regelmatig een andere adviseur neemt en telkens niet aan zijn verplichtingen voldoet.

Voor alle verzoeken die voldoen aan bovengenoemde eisen wordt in beginsel het gevraagde uitstel van 6 maanden verleend.

De Belastingdienst zal steekproefsgewijs controleren of de adviseur de regels goed toepast.
Indien blijkt dat de adviseur de posten niet (goed) beoordeelt op de criteria voor het verlenen van uitstel dan wordt het gecontroleerde verzoek afgewezen. In deze gevallen wordt een kopie van de beschikking naar de adviseur gezonden. Hij raakt hierdoor snel op de hoogte van de indieningsdatum van de aangifte en weet welke fout er is gemaakt bij het vragen van uitstel. Bovendien krijgt de adviseur een schriftelijke waarschuwing van de teamleider WB. Indien in een volgend jaar blijkt dat er geen verbetering is opgetreden, dan krijgt de adviseur schriftelijk bericht dat hij het daaropvolgende jaar geen gebruik mag maken van de regeling.

Aan de toepassing van deze regeling is de voorwaarde verbonden dat vanaf 1 juli iedere maand tenminste 1/8 deel van de aangiften waarvoor uitstel gevraagd wordt, ingeleverd wordt. Binnen een week na afloop van iedere maand wordt een overzicht van de ingediende aangiften ingediend bij de teamleider winstbelasting. Op het overzicht worden vermeld: CRIB-nummer (in oplopende volgorde), formele naam van belastingplichtige, verschuldigde winstbelasting op definitieve aangifte, het bedrag dat reeds is aangegeven op de voorlopige aangifte en het saldo dat op de definitieve aangifte wordt aangegeven.
Het totaal aantal ingediende aangiften moet uit de lijst blijken.

De geleidelijst bij de verzoeken en het maandelijkse overzicht van de ingediende aangiften mogen ook op diskette aangeleverd worden. Over de wijze van aanleveren dient een afspraak met de teamleider WB gemaakt te worden.
De Belastingdienst is bereid het uitstelformulier als Word-document op diskette aan de belastingadviseurs ter beschikking te stellen.

Het nadere voorlopige aangifteformulier
Volgens de wettelijke regeling moet bij het verzoek om uitstel altijd een nadere voorlopige aangifte gevoegd worden. Dit is weinig zinvol is in de gevallen dat niet bijbetaald hoeft te worden. Daarom is gekozen voor de praktische oplossing dat de nadere voorlopige aangifte slechts ingediend hoeft te worden in de gevallen dat wel bijbetaald moet worden. Op het uitstel formulier dient de belastingplichtige te verklaren dat de verschuldigde belasting gelijk is aan of lager dan het reeds aangegeven en afgedragen bedrag.

terug naar boven