Aftrek studiekosten studerende
kinderen
De Inspectie der Belastingen
maakt bekend dat voor de inkomstenbelasting met ingang van
belastingjaar 2006 de aftrekregeling buitengewone lasten
studiekosten stringenter zal worden toegepast. [De tot op
heden gebruikte formule waarin fictief bedragen zijn
opgenomen voor kosten levensonderhoud van de student en voor
“zuivere studiekosten” zal niet langer worden gehanteerd.]
De wet schrijft voor dat slechts de op de ouder drukkende
uitgaven die betrekking hebben op de “zuivere studiekosten”
voor aftrek in aanmerking komen. Onder “zuivere
studiekosten” worden verstaan de kosten voor school- of
collegegeld, boeken en ander verplicht lesmateriaal. Kosten
gemaakt voor computers, printers, geluidsapparatuur,
muziekinstrumenten en dergelijke zijn uitdrukkelijk van
aftrek uitgesloten.
Tot de aftrekbare kosten worden ook gerekend de door de
ouder gedragen kosten van één retourticket per kind per
jaar, indien het kind in Nederland of elders in het
buitenland studeert.
Met betrekking tot de in Nederland studerenden neemt de
Inspecteur het volgende standpunt in ten aanzien van de
“zuivere studiekosten”.
Bij de jaarlijkse vaststelling van de hoogte van de
Nederlandse studiebeurs wordt uitgegaan van vaste bedragen
voor onderwijsbijdrage en boeken/leermiddelen (de “zuivere
studiekosten”). Deze bedragen liggen rond de € 1500,= (voor
MBO-studenten) en € 2000,= (voor HBO- en WO-studenten) euro
per jaar.
Op basis van deze gegevens gaat de Inspecteur ervan uit dat
wanneer de “zuivere studiekosten” op jaarbasis niet meer
bedragen dan naf. 3375,= (MBO) respectievelijk naf. 4500,=
(HBO/WO) deze volledig worden gedekt door de beurs die de
student geniet. Bedragen de “zuivere studiekosten” meer, en
worden ze door de ouder vergoed, dan is dat meerdere
aftrekbaar. Een en ander zal dan wel door de ouder met
bewijzen moeten worden aangetoond.
Eveneens is aftrekbaar een gedeelte van de bijdrage die de
ouder aan de SSC moet betalen. Dat gedeelte wordt gesteld op
20% (MBO) resp. 25% (HBO/WO) van die bijdrage, omdat die
gedeelten geacht kunnen worden betrekking te hebben op
“zuivere studiekosten”. Deze berekeningswijze is ook door
een uitspraak van de Raad van Beroep voor Belastingzaken,
bij beschikking d.d. 18 januari 2006, nr. 2004/629, 630,
bevestigt.
In het geval een student geen studiefinanciering ontvangt en
de ouder hem financieel ondersteunt zal van die bijdrage ook
weer 20 resp. 25% als zuivere studiekosten kunnen worden
aangemerkt. Het totaalbedrag dat op basis van de
budgetberekening voor zuivere studiekosten moet worden
uitgetrokken ( MBO max. naf 3.375,= en HBO, WO naf 4.500,=)
mag daarbij niet worden overschreden.
Voor de student MBO/HBO die op Curaçao zijn opleiding volgt
kent de SSC een afwijkende vorm van studiefinanciering. Ook
de verplichte ouderlijke bijdrage wordt anders berekend.
Voor deze gevallen wordt akkoord gegaan met de aftrek van
het volledige bedrag van de verplichte ouderlijke bijdrage.
Voor de Curaçaose student die aan de UNA studeert geldt voor
de collegejaren 2004/2005 en 2005/2006 een nieuwe vorm van
studiefinanciering die door het Land wordt gefinancierd en
uitgevoerd wordt door de SSC. Deze vorm van
studiefinanciering is gebaseerd op de Nederlandse
studiebeurs. Van alles wat de ouder bijdraagt tot het
maximale bedrag dat in dat systeem voor een inwonende
respectievelijk uitwonende student is uitgetrokken (naf.
1174,05 respectievelijk naf. 1543,63) is 25% aftrekbaar,
omdat dat gedeelte geacht kan worden betrekking te hebben op
“zuivere studiekosten”.
|