Grondbelasting
De Grondbelasting is een jaarlijkse belasting over de waarde
van onroerende goederen gelegen op de Nederlandse Antillen.
Zij wordt geheven krachtens de Grondbelastingverordening
1908 (P.B. 1908/27).
Belastingplichtig is degene die op 1 januari het genot
heeft van de onroerende goederen, krachtens het recht van
eigendom, bezit of ander zakelijk recht.
Belastingplichtigen kunnen derhalve zijn:
- De eigenaren
- De genieters van het recht van erfpacht
- De genieters van het recht op vruchtgebruik
Indien een pand wordt verhuurd, kan de huurder niet worden
aangeslagen voor de grondbelasting, omdat hij het genot van
het onroerend goed heeft krachtens een persoonlijk recht. De
eigenaar zal in dit geval aangeslagen worden.
Grondbelasting is een zakelijke belasting, d.w.z. een
belasting welke geen rekening houdt met de persoonlijke
omstandigheden van belastingplichtigen. Het feit dat
belastingplichtige gehuwd is, of veel of weinig inkomen
geniet is voor de grondbelasting niet relevant.
De Grondbelasting houdt slechts rekening met het
belastingobject, nl de gebouwde en ongebouwde eigendommen.
terug naar boven
De Verordening maakt t/m het jaar 2001 voor het tarief een
onderscheid tussen gebouwde en ongebouwde eigendommen:
- Gebouwde eigendommen: 0,6 %
- Ongebouwde eigendommen: 0,5%.
Het perceel wordt dan als bebouwd aangemerkt indien de
daarop gebouwde woning of kantoor geschikt is om te worden
gebruikt.
Voor het jaar 2002 en verder is er een nieuw wetsvoorstel
die alsnog moet worden goedgekeurd.
Met dit wetsvoorstel komt de onderscheid tussen gebouwde en
ongebouwde percelen te vervallen en wordt het tarief
verlaagd naar 0,3%.
Het tarief wordt toegepast op de belastbare waarde.
Er zijn vier methoden om de belastbare waarde van gebouwen
vast te stellen. Welke methode men moet hanteren hangt af
van de omstandigheden en aard van het gebouw.
- Belastbare waarde = jaarlijkse huurprijs X 12,5
- Belastbare waarde = jaarlijks huurprijs van een ander
gelijksoortig gebouw in hetzelfde of naburig gelijksoortig
district X 12,5
- Belastbaar waarde = 1% van de kostprijs van gelijke nieuw
te bouwen gebouwen X 12,5.
- Belastbare waarde = verkoopwaarde van het gebouw.
terug naar boven
In de verordening zijn een aantal vrijstellingen opgenomen:
a. overheidsgebouwen (en gronden), gebruikt voor openbare
diensten;
b. onroerende goederen van Nederland, gebruikt voor openbare
diensten;
c. kerken en andere gebouwen voor openbare erediensten;
d. begraafplaatsen met aanhorige gebouwen;
e. scholen (m.u.v. kostscholen);
f. zieken- en armenhuizen;
g. gebouwen, dienende ten algemene nutte (m.u.v.
ontspannings- en vermaaksgebouwen).
terug naar boven
Het belastingjaar begint op 1 januari en eindigt op 31
december. Het belastingjaar is dus gelijk aan een
kalenderjaar.
terug naar boven
De belasting wordt door de Inspecteur der Belastingen bij
aanslag vastgesteld. De vaststelling van de aanslagen
geschiedt voor een tijdvak van vijf jaren. Is de waarde voor
het tijdvak bepaald dan wordt deze waarde gedurende vijf
jaar in beginsel niet gewijzigd. De vaststelling houd in
dat, behalve uitzonderingsgevallen, de belastingplichtige
gedurende vijf jaar elk jaar hetzelfde bedrag aan
grondbelasting dient te betalen. De meest recente periode
van vijf jaar omvat de jaren 2002 tot en met 2006.
Wijziging van de waarde tijdens het tijdvak
Alleen in de volgende gevallen kan de waarde gedurende het
vijfjarige tijdvak wijziging ondergaan:
1. Eigendomsovergang (ruil, schenking, verkoop,
erfrechtelijke verkrijging enz.);
2. De geheel of gedeeltelijk belastbaar woorden van
onbelaste goederen en omgekeerd;
3. Bijbouw of gedeeltelijke afbraak of vernieling;
4. Gehele of gedeeltelijke afbraak of vernieling;
5. Splitsing en/ of vereniging
Bij eigendomsovergang, bedoeld in punt 1, wordt alleen de
aanslag opnieuw vastgesteld op de naam van de nieuwe
eigenaar. De overgang heeft dus geen wijziging in het bedrag
van de aanslag ten gevolge, tenzij de overgang gepaard gaat
met vernieuwing, verandering, bijbouw enz.
Bij de wijziging, genoemd in punten 2 tot en met 5, worden
aangebracht in het jaar volgende op het jaar van
verandering.
terug naar boven
Als de belastingplichtige niet eens is met de aanslag
grondbelasting, kan hij in bezwaar gaan. Krachtens de nieuwe
bepaling van artikel 28 grondbelastingverordening kan
belastingplichtige binnen twee maanden na dagtekening van de
van het aanslagbiljet in bezwaar bij de Raad van Beroep.
Let op: bezwaar is alleen mogelijk tegen de eerste aanslag
van het tijdvak.
terug naar boven
De Inspectie der Belastingen heeft in overleg met de Raad
van Beroep in belastingzaken de volgende afspraak gemaakt.
Bezwaarschriften worden eerst ingediend bij de Inspecteur
der Belastingen. Bezwaarschriften die zijn ingediend bij de
Raad van Beroep in belastingzaken worden doorgeleid naar de
Inspecteur voor verdere afhandelingen. Indien de Inspecteur
het verzoek moet of gedeeltelijk niet kan honoreren, wordt
de zaak aan de rechter voorgelegd.
terug naar boven
|